PAUS JOHANNES PAULUS II
over de historische en geestelijke betekenis van de catacomben

TOESPRAAK TOT DE PAUSELIJKE COMMISSIE VAN GEWIJDE ARCHEOLOGIE

Op 7 juni 1996 heeft de Heilige Vader de leden en het personeel van de Pauselijke comissie van Gewíjde Archeologie in audientie ontvangen, samen met de directeurs van de vijf catacomben van Rome. Hij heeft tot hen de toespraak gericht waarin híj de nadruk gelegd heeft op "de historísche en geestelljke betekenis van de catacomben als bevoorrechte plaats van gebed en bedevaart en als niet te missen doel voor de pelgrims van het Heilig Jaar".

   "Hoog geachte Dames en Heren, dierbare Broeders en Zusters,

   1. Ik richt mijn hartelijke groet tot U allen, verantwoordelijken, leden en personeel van de Pauselijke Commissie van Gewijde Archeologie, die samen met de directeurs van de vijf open catacomben van Rome er prijs op gesteld hebt mij vandaag te bezoeken.

   Ik dank de aartsbisschop, Mgr. Francesco Marchisano, voorzitter van de Pauselijke Commissie voor de Culturele Goederen van de Kerk en van de Pauselijke commissie van Gewijde Archeologie, voor de woorden die hij zo pas tot mij heeft gericht in uw aller naam. Ik druk U allen mijn dankbaarheid uit voor het werk dat u met toewijding verricht in het bewustzijn van de grote historische en geestelijke betekenis die de monumenten waarvoor u instaat, bekleden.

   Samen met u verheug ik mij om het werk dat de Pauselijke commissie, waarvan u deel uitmaakt, verricht door de christelìjke catacomben van het bekken van de Middellandse Zee te beschermen, te systematiseren en te bestuderen. Uw heel opmerkelijke ijver betreft Italië, heel in het bijzonder Rome en omstreken. Om zich rekenschap te geven van uw verdienstelijke activiteit volstaat het te (denken aan de víjf Romeinse catacomben van St.-Callixtus. St.-Sebastianus, de heilige Domitilla, de heilige Priscilla en heilige Agnes, die actueel voor het publiek open zijn en betekenisvol doel zijn van zoveel pelgrims die de eeuwige stad aandoen.

   2. Bij een bezoek aan deze monumenten, komt men in contact met suggestieve sporen van het christendom uit de eerste eeuwen en kan men, om het zo te zeggen, met de hand het geloof aanraken dat oude christelijke gemeenschappen bezielde. Wanneer men de galerijen van de catacomben doorloopt, dan vallen heel wat tekens op van de iconografie van het geloof : de vis, symbool van Christus; het anker, beeld van de hoop; de duif, voorstelling van de ziel die gelooft, en naast de namen op de graven, staat ook vaak de wens: "In Christus". Het zijn evenveel getuigenissen van de geestelijke vurigheid die de eerste christelijke generaties bezielde. in het benaderen van deze wereld kunnen de hedendaagse christenen nuttige bemoediging op doen voor hun leven en voor een doortastender inzet in de nieuwe evangelisatie.

   Hoe zou men niet ontroerd worden t.o.v. van de eenvoudige maar zo sprekende restanten van deze eerste getuigen van het geloof? Hoe zou men niet gesticht blijven, bijv. voor het graf van de jonge Agnes op de via Nomentana of voor dat van de diaken Laurentius in de catacomben van Verano?

   Van af het begin van het christendom hebben mijn voorgangers de catacomben ter harte genomen. Paus Zefirinus heeft als eerste de catacomben voor de gemeenschap van Rome willen creëren op de via Appia; hij vertrouwde de zorg er van toe aan de diaken Callixtus, dìe een maal dat hij paus was, zijn naam gaf aan de catacomben die als complex één van de grootste werd van de Romeinse catacomben.

   De heilige paus Damasus zocht gedurende zijn pontificaat de graven van de martelaren op om ze te versieren, en hij stelde er prachtige metrische opschriften voor op die de daden van die moedige getuigen van het evangelie prezen. Zelfs toen de catacomben ten gevolge van de invallen van de barbaren een soort gedwongen verlatenheid kenden, bleven enkele daarvan toch een ononderbroken doel van bedevaarten. De terreinen waar de graven van de martelaren begraven werden, werden in de loop van de Hoog-Middeleeuwen devotieplaatsen voor de bedevaarders die afkomstig waren uit Italië, Europa en het bekken van de Middellandse zee.

   3. De herontdekking van de catacomben als studie-object en object van geestelijke reflectie, had echter plaats te beginnen vanaf eind 1500, toen een groep geleerden een actieve culturale kring vormde rond de grote persoonlijkheid van de H. Filippus Neri. De "Christoffel Colombus van de Romeinse catacomben" zoals hij genoemd werd, was de Maltese archeoloog Antonio Bosio, die wel dertig van de zestig christelijke begraafplaatsen van de stad identificeerde.

   Van toen af is de belangstelling voor de catacomben nooit afgenomen; ze kende haar hoogtepunt rond de helft van de 19e eeuw toen door de gelukkige ontmoeting van twee grote persoonlijkheden, m.n. Paus Pius IX en de Romeinse archeoloog, Jan Baptist de Rossi, de Christelijke Archeologie ontstond als historische en wetenschappelijke discipline; dat was meteen het ontstaan van de Commissie van de Gewijde Archeologie die opgericht werd op 6 januari 1852 om de begraafplaatsen en de oude christelijke gebouwen van Rome en van de voorstad doeltreffender te beschermen en diezelfde begraafplaatsen systematischer uit te graven en te verkennen.

   De resultaten bleven niet uit om de edelmoedige inspanningen te belonen. Paus Pius IX die getroffen was door de belangrijke ontdekkingen die de Rossi in die jaren had gedaan in het complex van St.-Callìxtus, waar de crypte die de graven van vele pausen uit de derde eeuw bevatte, teruggevonden werd - wilde persoonlijk de uitgravingen bezoeken en toen hij in gebed voor die graven stond, werd hij tot tranen toe bewogen.

   Het was paus Pius XI die met een "Motu proprio" van 1925 de bevoegdheden van de Pauselijke commíssie van Gewijde Archeologie omschreef, wìer actie met betrekking tot de catacomben daarna werd gepreciseerd met normen die opportuun overeen waren gekomen met de Italiaanse autoriteit (vgl. AAS, Inter Sanctam Sedem et Italiam Conventiones 18 febr., 15 nov., 1984, Vaticaanstad 1985, art. 12,2).

   4. De blik is nu gericht op de historische afspraak van het Groot Jubileum, tijdens hetwelk de catacomben van Rome zullen verheven worden tot bevoorrechte plaats van gebed en van bedevaart. Wandelend door de galerijen van deze heilige plaatsen, zullen de bezoekers de atmosfeer van de eerste bekeringen tot het evangelie kunnen ervaren; ze zullen ingetogen kunnen vertoeven voor de graven van de eerste getuigen van Christus en van zijn heilsboodschap.

   Om dit ten volle te kunnen verwezenlijken bent u reeds begonnen met samen te werken met andere instituten, zoals de Stad Rome en de hoogste instantie van archeologisch toezicht in perfecte harmonie met de projecten en de activiteiten van het Centraal Comité voor het Grote Jubileum 2000.

   Samen met de grote Romeinse basilieken zullen de catacombeneen niet te missen doel uitmaken voor de pelgrims van het heilig jaar. Ik ben de Pauselijke commíssie van Gewijde Archeologie dankbaar dat ze zich vol ijver aan het werk zet. In het bijzonder doet zij al het mogelijke om nieuwe catacomben en andere monumenten toegankelijk te maken.

   Ik neem graag de gelegenheid te baat om diepe waardering te betuigen voor de verantwoordelijken en voor de leden van de Pauselijke commissie van de Gewijde Archeologie, evenals voor de directeurs van de Romeinse catacomben, met een bijzondere gedachte aan hun personeel, de "uitgravers" die met bekwaamheid en toewijding hun delicaat werk uitvoeren. Naar iedereen gaat de uitdrukking van mijn oprechte erkentelijkheid. Dank voor uw inspanningen en uw gekwalificeerde bijdragen die u met dit werk doet ten gunste van de evangelisatie.

   Ik vertrouw u en uw werk toe aan de moederlijke bescherming van Maria, Koningin van de Martelaren, terwijl ik elk van u en uw families een speciale apostolische zegen verleen".

Uit: L'Osservatore Romano,7-8 juni 1996,blz.6.



Home Page