DE CRYPTEN VAN LUCINA

Langs de Via Appia ontstonden na de helft van de tweede eeuw de crypten van Lucina. De naam van Lucina is toe te schrijven aan de notitie die genomen is uit het Liber Pontificalis in de biografie van de heilige paus Cornelius: "Met de hulp van enkele geestelijken bracht de edele Lucina gedurende de nacht de stoffelijke overschotten van paus Cornelius bijeen om ze op 14 september te begraven in een crypte die uitgegraven was op haar landgoed op het kerkhof van Callixtus langs de Via Appia".

Het grafmonument is gevormd door twee kleine gewelven en enkele andere crypten die onder elkander verbonden zijn door gallerijen en op einde met twee trappen naar buiten. In de vierde eeuw werden die crypten samengevoegd bij het kerkhof van St.Callixtus, door iniddel van een galerij die pelgrims, die de crypten van de pausen en van St.Cecilia hadden bezocht, toeliet rechtstreeks via de regio van paus Milziade, het graf van Cornelius te bereiken, die daar begraven was.

Lapide Cornelius Martyr
© Pontificia Commissione di Archeologia Sacra

De heilige Cornelius, die in 251 tot paus werd verkozen, werd na een jaar pontificaat verbannen naar Civitavecchia waar hij het volgende jaar stierf; omdat hij veel te lijden heeft gehad, werd hij als martelaar beschouwd en zo werd hij ook door de heìlige Cyprianus genoemd bij verscheidene gelegenheden. De Kerk van Rome vierde de datum van zijn definitieve begrafenis op het kerkhof van St.Callixtus op 14 september. Zijn graf werd het doel van voortdurende pelgrimstochten, en het getuigt van de bloeiende verering van de martelaren in Rome.

Het stoffelijk overschot van de heilige Cornelius werd begraven in een wijde vierhoekige nis en voor die nis werd een marmeren gedenksteen geplaatst waarop gegraveerd.

"Cornelius EP(iscopus)
MARTYR (martelaar)"

Op de wand links van het graf zijn de heiligen Sixtus II en Ottatus geschilderd. Rechts van het graf is er een tafel van ronde vorm: ze diende om er olielampen en kaarsen te plaatsen ter ere van de Paus-martelaar, van de heiligen Cornelius, paus, en van Cyprianus, bisschop van Carthago (martelaar van de vervolging van Valerianus in 258).

De vier figuren zijn als in extase; d.w.z. ze hebben een aureool rond het hoofd; zij dragen pontificale gewaden en met de linkerhand houden ze een boek vast versierd met kostbare stenen (het evangelie). De paus wijst erop dat hij de werken heeft voltooid, gedreven door zijn zorg voor de graven van de martelaren; hij nodigt de gelovigen uit voor hem te bidden, die ziek is en overmand door zoveel bekommernissen.

In die omgeving zijn er nog twee crypten met fresco s uit de 2e eeuw. Ze zijn van grote waarde en stellen voor het doopsel van Christus door Johannes en de twee beroemde vissen ze dragen twee manden met broden en op de manden twee rode vlekken, twee glazen rode wijn, die zouden kunnen aan zien worden als symbolen van de Eucharistie, het lichaam en bloed van Christus.
Nog een ander waardevol fresco is zeer goed bewaard gebleven op het gewelf van een crypte. Het is de Goede Herder met een schaap op de schouders en een melkemmer in de hand.

Home Page Sint-Callixtus Inhoud