DE REGIO genoemd NAAR PAUS MILZIADE

Links van de martelaren trap komen we in de regio genoemd naar Sint-Milziade. Zij werd uitgegraven in de tweede helft van de 3e eeuw en bevat veel crypten en booggraven, ook langs de galerijen.

De eerste galerij die men doorloopt, is ruim. Ze werd voortdurend gebruikt in de periode dat men de graven van de martelaren bezocht, omdat ze de verplichte doorgang was van de pelgrims die van de crypte van de pausen en van St. Cecilia naar het graf van de paus en martelaar, de heilige Cornelius, gingen in de crypte van Lucina.
Op de linkerwand, aan het begin van de galerij zijn enkele symbolen te zien: de duif, twee monogrammen, de vis, het anker, een vogeltje dat zijn dorst gaat lessen aan een vaas. Op de hoek van de eerste galerij links bevinden zich twee stenen betreffende de priesters: "Julianus ' priester-" en "priester in vrede".

Onmiddellijk na een kruispunt van galerijen met wijde lichtkoker merkt men boven recht de suggestieve steen van de stralende feniks, d.w.z. met stralen en een aureool rond zijn hoofd. Zoals we uitgelegd hebben bij de symbolen, stelde de feniks voor de eerste christenen de verrijzenis van het vlees voor en de geboorte tot het nieuwe goddelijk leven.

Wij bemerken nu het eerste booggraf, soms, zoals in dit geval, versierd. Boven het booggraf bevindt zich de kleine grafsteen van Irène, een christen meisje dat weergegeven is als biddende in de vrede van de hemel. Op zij is er het symbool bij uitstek van de vrede: de dúif.


Wat verder, links, is de crypte van het refrigerium, welke diende voor de gebedssamenkomsten en voor de riten tot lafenis, d.w.z. de jaarlijkse gedachtenis van de overledenen. Binnen deze crypte is er het deksel van een monumentale sarcofaag bewaard gebleven met een tegelvormig dak, of "coppi" genoemd; vandaar dat de crypte ten tijde van de Rossi genoemd werd: de crypte "del coppo". Daar tegen over is er de toegang tot de crypte van de vier seizoenen, die de continuiteit van het leven symboliseren.
Op het einde van de galerij, vinden wij crypten: links deze van Aquilina, met het opschrift: "Aquilina rust in vrede".
Rechts hebben we de crypte van Sofronia, zo genoemd naar de naam van de overledene, en die naam is tweemaal vernoemd op de achterwand. Twee andere keren is die naam ingegrift dicht bij de crypte van de pausen. Deze inscripties vertellen waarschijnlijk over een christen die diep geraakt werd door de dood van een dierbaar persoon, wellicht zijn echtgenote, en die naar de catacombe was afgedaald om sterkte te vinden voor zijn verdriet.
Op het einde van de trap schreef die christen een wens: " Oh Sofronia, moge jij leven met de uwen". Daarna schreef hij nog: " Oh Sofronia, jij zult leven in de Heer". Verlicht door het geloof, aangekomen in deze crypte, voelde deze man ook de behoefte om te schrijven:" Oh, zoete Sofronia, jij zult altijd leven in God". En daaronder: "Ja, Sofronia, jij zult leven". Het is een heel schone getuigenis van echtelijke liefde en van geloof in de verrijzenis.
Voorbij deze laatste crypte van Sofronia komt men in de gang links aan de crypte van Oceanus naar de naam van de mythische personificatie van de zee. Klein van afmetingen is ze versierd met veel kleurige lijnen en strepen.
Verder gaande komt men aan de centrale gang der catacomben met links en rechts vele zijgangen, de langste van heel de catacombe.
Op enkele stappen van de uitgangstrap is er de crypte der sarcofagen uit de 4° eeuw. Ze zijn afgesloten door een sterke ruit en al zo ziet men nog enkele lichaams-resten. En we staan voor de uitgangstrap , langs waar het normale bezoek eindigt.

Home Page Sint-Callixtus - Inhoud