Toen een onbekende christen uit de eerste tijden, op bedevaart, de grote
catacomben van Callixtus betrad, scheen het hem ineens toe dat hij binnengekomen
was in het mystieke Jeruzalem, in de purperen stad van het bloed van de martelaren,
stralend van hun glorie. Bij het buitengaan grift hij, op een wand, deze woorden
die men vandaag nog kan lezen: "JERUSALEM CIVITAS ET ORNAMENTUM MARTYRUM
DEI" "Jeruzalem, stad en sierraad van de martelaren van God".
Ook de pelgrim van vandaag ziet, met bewogen gemoed, in de catacomben
het intieme geheim van de spiritualiteit van die bisschoppen-martelaren, van
die maagden en van die talloze menigte van ongekende christenen.
De inscripties en de fresco's, die weerstaan hebben aan zoveel verwoestingen
en plunderingen, laten, ten minste gedeeltelijk, dat geheim zien en herhalen
nog de woorden van een antiek christelijk grafopschrift: "Tauta o bios"
"Ziehier, dit is ons leven".
De spiritualiteit van de catacomben is dezelfde als die van de eerste Kerk
in haar jeugd van verovering en martelaarschap. Gevoed door het merg van de
schriften, eenvoudig en krachtig, is zij de zuster van de oudere liturgieën;
zo komt het dat wie de catacomben bezoekt, de bronnen van de christelijke spiritualiteit
terug vindt.
De aspecten van die spiritualiteit zijn verscheìden:
Christocentrische spiritualiteit
Deze spiritualiteit plaatst Jezus Christus als overheersende figuur. Wat heden
ten dage voor de katholiek het heilig hart van Jezus is, om de goedheid van
Christus uit te drukken, zo was dat voor de christen de Goede Herder.
Bij de uitbeeldingen van de catacomben is deze de meest voorkomende; ze verschijnt
geschilderd op zolderingen tussen rijke versieringen met bloemen, ingegrift
op grafstenen, in relief gemodelleerd op sarcofagen en ten slotte, met Griekse
elegantie gesculpteerd in een van de oudste christelijke beelden die men kent
(vierde eeuw, Vaticaanse musea). Het lam dat rust op zijn schouders en dat hij
vasthoudt, is de christen. Daar rond hangt die atmosfeer van vertrouwen die
Paulus doet zeggen: "Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking
wellicht of nood, of vervolging, of honger? (Rom 8,35).
De Heiland is vaak weergegeven als actief optredend bij de mensen:in beeldhouwwerk
ziet men Jezus die de ogen van de blinde aanraakt of die Lazarus uit het graf
doet opstaan; die de broden vermenigvuldigt of water in wijn verandert: het
is de Christus die weldoende voorbijgaat.
Dan zijn er de afbeeldingen. De betekenisvolste afbeeldingen zijn wellicht
diegene waarin Christus verschijnt onder de afbeelding van een symbool. Voor
Constantijn, toen het kruis dagelijks werd gebruikt als doodsstraf voor slaven
en vreemdelingen, openbaarde de christen er vroom het afstotend aspect van,
door middel van symbolen, zoals bijv. het anker.
Naast Jezus stelden de christenen van de catacomben er prijs op om met
kinderlijke liefde ook Jezus' Moeder, Maria, uit te beelden. En zie, in het
begin van de derde eeuw, daar in de catacomben van Priscilla, de zachte figuur
van Maria, met Jezus aan haar boezen, terwijl Balaam met de vinger wijst naar
de ster die boven haar hoofd schittert.
Verder nog de Maagd Maria die haar Zoon op haar schoot draagt, terwijl de
magiërs (wijzen) naderbijkomen om hun gaven te offeren. De aanbidding van
de wijzen wordt in verschillende catacomben herhaald in frescos, in sculpturen
en op andere kostbare voorwerpen (relikwieën, ivoren voorwerpen, sabelriemen,
ringen).
Sacramentele spiritualiteit
De spiritualiteit van de catacomben is ook sacramenteel. De uiterlijke wereld
van de materie komt in de sacramenten binnen als teken en instrument om de verlossing
en het heil van de mens te bewerken: doopsel en eucharistie.
In geen enkele andere catacombe bevinden zich zoveel sacramentele afbeeldingen
als in de crypten van de sacramenten in St.Callixtus. Wij zien hier die sacramenten
waarvan er zo een rijke documentatie aanwezig is.
DOOPSEL. We zijn nog niet in de tijd dat ter ere van dit sacrament
prachtige gebouwen werden opgetrokken (denk hier aan het baptisterium van Lateranen).
Het doopsel werd nog toegekend in de huizen van de Kerk, die toen nog
de familiewoningen waren, en niet zelden zelfs in het geheim. Maar de grootheid
van het sacrament was bekend. Paulus had er in schitterende termen over gesproken,
precies in de 'brief aan de Romeinen' (hfdst. 6). De christenen wìsten
dat de mens via de doopritus mystiek sterft en verrijst met Christus, en door
de werkdadigheid van die verlossende riten wordt hij opgenomen in het goddelijk
leven.
Eén van de oudste frescos in de zogenaamde crypten van de sacramenten
in St.Callixtus geeft het doopsel weer. We zien er 'n visser die een vis
uit het water trekt. Hij is het beeld van de apostel die ingaat op het woord
van Christus:" Kom en volg mij, ik zal van u mensenvissers maken.(Mc 1-17).
Veel christenen, "gegrepen door Christus Jezus" (Fil 3,12), voelden
na innerlijke angstige ervaringen, dat het moment van het doopsel het begin
is geweest van een nieuw leven. Vandaar die naam die te lezen staat op een steen
van de tricora van St.Callixtus, een naam die daarna zo algemeen wordt in de
christenheid: "Renatus"...lk ben opnieuw geboren!
EUCHARISTIE. De waarde volste afbeelding in de sacraments-crypten is het avondmaal, tussen andere fresco's, zeven personen, Christus in het midden, zoals ook op de oever van het meer. Op 'n bord ligt een vis, Jesus Christus Zoon van God, Verlosser. Op de scène links strekt de priester de handen uit over een kleine tafel met brood: een duidelijke afbeelding van de consecratie handeling, die voorbehouden is aan de gewijde bedienaars; aan de andere kant van de tafel iemand in orante houding met de armen omhoog geheven die ons eraan herinnert dat men, om naar de hemel te gaan, zich moet voeden met dit geheiligd brood (de eucharistie).
In het derde fresco, rechts, is het duidelijk aan wie de woorden van de eucharistische hymne van St.Thomas herinnert "In figuris praesignatur cum Isaac immolatur. In de slachtoffering van Isaak wordt het offer van Christus voorafgebeeld".
Wij kunnen geen uitbeelding overslaan die kostbaar is om zijn ouderdom en
om zijn grote pastorale waarde. In de crypte van Lucina, teruggaande
tot het einde van de tweede eeuw, zijn op de wand tegenover de ingang symmetrisch
twee vissen weergegeven, waar op twee korven zijn geplaatst, gevuld met
broden. Brood en wijn, het zijn de gedaanten waaronder hij aanwezig is in de
eucharistie.
Wij zijn hier bij de bronnen van het christendom. De eerste christenen,
bewust van wat in de handelingen staat (4,12): "dat er onder de hemel geen
andere naam aan mensen gegeven is waardoor wij ons kunnen redden; weet ook dat
men aan Christus niet gelijkvormig kan zijn dan via de sacramenten die hij tot
dat doel heeft ingesteld".
Sociale spiritualiteit
De spiritualiteit van de catacomben is bovendien ook "sociaal": de christen
die gewoon is reeds van in het gebed te zeggen, niet mijn Vader", maar 'Onze
Vader", weet dat men in de "familia Dei" (de familie van God) niet geïsoleerd
leeft, maar sociaal: "Leef in harmonie met elkaar" (Rom
12, 5). De catacomben geven ons beelden van dat mystiek lichaam waar in hiërarchie
van functies en in eenheid van geest de christenen geordend samen leven. Hier
rusten de bisschoppen-martelaren te midden van de bescheiden anonieme menigte
van hun kudde.
Op de voorkant van een sarcofaag verheft een jongetje zijn handen in orantehouding,
gelukzalig in de aanschouwing van God: aan zijn zijde Petrus en Paulus, de stichters
van de Kerk van Rome, het lijkt erop dat zij hem in het gelukzalig land binnenleiden.
Bij Domitilla, afgebeeld op een booggraf komt Veneranda in reiskledij,
als een pelgrim die haar ballingschap heeft beëindigd, aan bij de drempel
van het vaderland en wordt door de heilige der plaats Petronilla met
zachte blik binnen geleid. Er is tussen de verschillende delen van de Kerk een
uitwisseling van gebeden! Honderden pelgrims bevelen zich aan Petrus en Paulus
aan, die begraven zijn in de Memoria van de Via Appia Antica (de
catacomben van St.Sebastianus), en daarvoor griffen ze korte gebeden in de bepleistering
van de triclia (een ruime plaats in open lucht, voor het houden van christelijke
eetmalen als gedachtenis van de overledenen): "Paulus en Petrus, bidt
voor Victor - Petrus en Paulus, houdt Sozomenus in gedachtenis". Bij
de ingang van de oude crypte van de pausen in St.Callixtus is de wand
bezet met gebeden: "St.Sixtus, houd Aurelius Repentinus in aandenken".
Soms is het geen expliciet gebed: om af te smeken volstaat een bijgevoegde kwalificatie
bij de naam: "Felicione, priester, zondaar". Men telt duizenden inscripties
met gebeden van levenden voor de overledenen of met verzoeken tot de overledenen
opdat zij voor de overlevenden zouden bidden. In het geheel van het Mystiek
Lichaam is de afzonderlijke persoon met geheel de Kerk verbonden.
Eschatologische spiritualiteit
De christen staat gericht op de "eschata", d. w. z. de definitieve realiteiten van het eeuwige leven: "Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zjjn op zoek naar de stad van de toekomst" (Heb. 13,14). "Maar ons vaderland is in de hemel" (Fìl 3,20). Het volstaat een korte rondgang te maken in een catacombe om die waarheid in haar volle glorie te zien schitteren.
Hier zijn we op de trap die naar de crypte van de pausen leidt. Op de linkerwand een steen die ons spreekt van Agrippina, "cuius dies inluxit": de dag van het sterven was de dag van haar intrede in het licht, in de verhoopte gelukzaligheid. Wat lager een Griekse inscriptie van Adas; die "insliep als ecoimète", als het jong meisje van Kafarnaüm, die - zoals het evangelie zegt - "niet dood is , maar slaapt" (Mc 5,39), en wacht op de roep van diegene die de verrijzenis is en het leven.
In een crypte ontvlucht Jona, aan de muil van het monster dat de dood voorstelt, rust behaaglijk in de schaduw van een pergola. Verder de Goede Herder die met zachtheid het lam op zijn schouders legt: de dood is niet meer schrikaanjagend voor de christen die door Jezus gedragen wordt naar groenende weiden. Van op de wand van een crypte verheffen vijf christenen hun armen in een daad van aanbidding; daarrond een zeer mooie bloeiende tuin: het is het paradijs, de hemelse tuin. Op één van de oudste stenen kondigt een kruis-anker ons aan dat een christenvrouw met de lichtende naam van een ster "Hèsperos" aan de poort van het paradijs aangekomen is.
Die begraafplaatsen zijn daarenboven vol vrede. Het antwoord staat geschreven in het geloof van die eerste christenen; het spreekt vaak in de stilte van de catacomben: "Waarom zoekt u de levende bij de doden?" (Lc 24,5). "Ik ben de verrijzenis en het leven" (Joh 11,25). "Wees niet bang, maar heb vertrouwen" (Mc 5,36).
Bijbelse spiritualiteit
Schilders, graveurs, sculpteurs en epigraphisten komen ons voor als doordrongen en geïnspireerd door het Woord van
God.
Hier is het Oude Testament helemaal heroverwogen en
gereïnterpreteerd in het licht van het Nieuwe Testament
De centrale thema's van de Evangelieën en brieven der apostelen
zijn op bijzondere wijze aanwezig.
Zoals de liturgie en de patristieke literatuur, voedt zich de
spiritualiteit der Catacomben door middel van de heilige
Schrift, naar het voorbeeld van de martelares Cecilia, die volgens de Handelingen "Semper evangelium Christi gerebat in pectore" (zij droeg steeds het Evangelie van Christus met zich mee) , en op het supreme ogenblik van haar martelaar schap toonde zij met haar vingers de eenheid en de goddelijke drieëenheid.
Een nieuwe omvormende spiritualiteit.
Hier ontdekt men de ware omwenteling bewerkt door het Christendom. Er zijn tegenwoordig vooral twee vormen van persoonlijkheden met hun grote spirituele kracht: "de martelaar" en "de maagd".
De martelaar geeft zijn leven om te getuigen van de zekerheid van zijn Geloof; hij geeft het sereen en zonder betreuren, wanneer zich rond hem geweld en martelingen ontketenen. Hij sterft zonder haat tegenover hen die hem doden; zelfs bidt hij om vergeving voor zijn beulen.
Vele Christenen, in de Catacomben begraven, hebben op sublieme en op verschillende wijze een bloedig martelaarschap ondergaan.
Ook de figuur van de christelijke maagd ontbreekt niet in de Catacomben.
Dien aangaande is het gedicht van Paus Damasus ter ere van zijn zuster Irène, in Callixtus begraven, betekenisvol:
Aan de uitgang van de catacomben van de H.Callixtus, ontmoet men op het einde
van de trap, een laatste grote plaat, deze van Baccis. Grove en rode letters,
op een plaat gegraveerd, vertellen een eenvoudige geschiedenis.
Deze die ze overweegt zal, in het licht van het Geloof, twee gezichten zien
verschijnen door die woorden: het delicaat aangezicht van een jeugdige overledene
en het ruwe aangezicht van haar vader, op hetwelk een glimlach speelt vol van
zachtheid en van tranen.
Dit zijn de woorden: "Baccis, zachte ziel, in de vrede des Heren. Zij
leefde 15 jaar en 75 dagen (Zij stierf) op de vooravond van de Kalenden van
december. Vanwege de vader aan zijn zeer lieve dochter."
Met het geloof in Christus is er ook een goddelijke golf van zuiverheid
en zachtheid in de meest eenvoudige families binnen getreden.
In de catacomben is op zekere dag, een pelgrim naar beneden gegaan om er wat
troost te vinden in zijn leed. Al biddende ging hij naar beneden en onder aan
de trap vertrouwde hij zijn gebed toe aan de muur, opdat zijn echtgenote het
zalige leven zou vinden tussen de Heiligen: "Sofronia, mocht gij leven
met de uwen".
Wat verder komt de geliefde naam terug met een gebed opdat zij het leven met
God zou mogen kennen:"Sofronia, mocht gij leven in de Heer".
Nog verder in een kamer langs een booggraf komt hetzelfde geschrift nog eens
terug, drie maal.
In het rouwgebed is de droefheid verdwenen en wordt het een hoop
op de onsterfelijkheid. En nu zijn hart sereen geworden is, schrijft hij nog
eens deze woorden: " Ja Sofronia, gij zult leven".
Het is een bewonderenswaardige samenwatting die de versmelting van het
menselijk drama van dood en rouw, en de hartstochtelijke uitdrukking van het
troostend geloof, het leven over de dood heen, het leven met de geliefde wezens,het
eeuwig leven, het leven in God bewijst.
Uiteindelijk zijn met de familiale verhoudingen ook de sociale verhoudingen
veredeld.
De christelijke graven negeren de graden van standing en eer, die zo dikwijs
voorkomen op de graven van heidenen.
Toch komen wel eens de aanduidingen voor van hogere professionelen als deze:
"Denis, geneesheer en priester", maar eveneens die van eenvoudige stielmannen,
van de arme "Banausoi" werklieden, misprezen door de wijzen van het heidendom.
Zo is er, alleen al in San Callisto bijvorbeeld, een landbouwer - Valerio Pardo
- voorgesteld met in de linkerhand groenten en in de rechterhand een mes.
Een zekere Marcia Rufina, een eervolle Dame, krijgt van Secondo Liberto de kentekens
van zijn werkplaats: een hamer en een aambeeld.
In het "Booggraf der vier seizoenen" werd een verkoopster afgebeeld, zittend
tussen haar groenten enz . . . En waarlijk, de timmerman van Nazareth heeft
het werk veredeld!
Aan deze aspecten van de spiritualiteit in de catacomben, kan het nuttig
zijn nog een andere, die nochtans dikwijls verwaarloosd is, aan toe te voegen.
" De spiritualiteit der stille",uitgedrukt door de betreurde Don Ugo Gallizia,Salesiaan
van Don Bosco, professor van exegese van het Nieuwe Testament en de Christelijke
Archeologie aan het Salesiaans Pontificaal Instituut van Turijn.
De Spiritualiteit der stilte
Het kan vreemd lijken te spreken van een " spiritualiteit der stilte",
want stilte is op 't eerste zicht niets anders dan een tekort aan betekenis,
afwezigheid van woorden, gedachten en gevoelens.
In werkelijkheid is deze afwezigheid van woorden van verbeelding en geest
een fondamentale menselijke dimensie,zij behoort tot ons innerlijk wezen, want
zij is de beschermster van onze innerlijke wereld, de eerste voorwaarde tot
luister bereidheid, de nodige premisse of sluitrede van alle menselijke communicatie.
Stilstaande of lopende door de galerijen der catacomben,is men gedompeld in
een atmosfeer van stilte die nochtans niets anders is dan deze van een oud kerkhof
uit vroegere tijden.
Deze stilte laat een diepe indruk na, want het is geen doodse stilte van
wanhopig betreuren van alles wat die christenen dierbaar was gedurend hun aardse
bestaan. Het is een rijke stilte door de stem der martelaren, die een leven
gekend hebben als het onze, die echter moedig en getrouw van hun Geloof getuigd
hebben, niet alleen in tijden van godsdienstvrijheid, maar vooral gedurende
de vervolgingen.
Deze stilte der catacomben is bevendien rijk aan geschiedenis en mysterie,
zij is Heilig, uitdrukkelijk en zelfs meerzeggend den woorden.
Zij is verrijkend want zij nodigt uit tot nadenken over de jonge Kerk, over
de heldhaftige getuigenis van de martelaren, maar evenzeer over de gewone christenen
die hun Geloof niet onder de grond verborgen hielden, maar het uitgedrukt hebben
in het leven van elke dag, in hun familie, in de samenleving, op het werk, in
hun plichten en ambachten.
Het is een uitnodigende stilte die tot het hart en de geest van de pelgrims
spreekt en hun de ongekend wereld van de jonge Kerk weer bekend maakt met al
haar sociale klassen, gevoelens en emoties, tegelijkertijd echter met het leed
en de hoop der christenen die hier in de catacomben werden begraven.
Men kan die stilte niet weg denken want ze spreekt uit zichzelf, beter nog:
ze roept opdringend! De Heilige Gregorius de Grote sprak van " Strepitus Silentii"
- de roep der stilte -, een uitdrukking die helemaal past in de stilte der catacomben.
Deze atmosfeer van stilte, die het leven en het offer van de eerste christenen
vertolkt, wordt een uitgelezen plaats tot geestelijke meditatie, van levensrevisie
en geloofsvernieuwing. Deze moedige en trouwe getuigenissen doen in ieder van
ons vragen oprijzen:
"Welk is vandaag ons antwoord op de Liefde van God in een maatschappij die,
zeker niet zo vijandig is als deze waarin de eerste christenen geleefd hebben,
maar die toch klaarblijkelijk onverschillig is tegenover religieuze waarden?"
De catacomben laten ons een stille maar duidelijke boodschap van Geloof na,
des temeer nodig daar onze tijd ziek is van lawaai, van uitwendigheid en oppervlakkigheid
Hier zijn woorden overbodig want,nog eens, de catacomben spreken uit zichzelf
Dat is de christenheid in zijn hoogste graad van eenvoud en kracht, in
het kort samengevat door die figuren van martelaren, belijders en maagden, die
spreken doorheen de lange gangen, de crypten, fresco's en grafstenen, geheiligd
door bijna 2.000 jaar verering.
Het is precies op deze manier dat wij ons moeten concentreren op de essentiële
grondbeginselen, - afdoend en onuitputtelijk-, die van de Romeinse catacomben
de voorkeurplaatsen der christelijke bedevaarten gemaakt hebben.
Naar het voorbeeld der martelaren en de eerste christenen zal de spiritualiteit
der catacomben ons helpen om het "groot Jubileum 2000" te vieren door een ware
en diepe Geloofsvernieuwing om de volheid van leven in God te beleven. (Tertio
Millennio Adveniente no.6).